De natuur past zich wel aan ons aan

Eenzaam in de vrije natuur met een pruttelende machinemotor als achtergrondgeluid. Een bouwkeet is het enige toe-vluchtsoord voor de eenzame rietsnijder. Daar kan hij terecht voor zijn dagelijkse bakkie koffie. Maar nieuwe overheidsregels maken een eind aan dit rietsnijdersbestaan. Ik denk dat ik over vijf jaar geen rietteler meer ben.

Kleine traktor OSSENZIJL - De 41-jarige Luc Visser woont aan de hoofdgracht van Ossenzijl op de Oudeweg nummer 1. Hij verdient zijn geld met het snijden van riet in het natuurgebied De Weerribben. Zijn eigen gesneden riet gebruikt hij voor de verkoop, maar ook om zelf daken te bedekken. In de winter, vanaf sinterklaas ongeveer, snijd ik het riet en 's zomers ga ik het dak op, vat de geboren en getogen Overijsselaar kernachtig samen. Het huis waar hij woont, liet hij zo'n vijf jaar geleden bouwen. Natuurlijk bedekte hij het zelf met eigen gesneden riet. Trots zegt hij, terwijl hij in de open haard in zijn huiskamer nog wat blokken hout legt: Wat hier op het dak ligt, is echt het neusje van de zalm.
Trots mag hij zijn, want het riet uit De Weerribben staat bekend als het meest kwalitatieve van Europa. Het is dik, hard riet en dat gedijt heel goed in het onderwater gelopen veen in De Weerribben. Bovendien is het 'spits' riet, legt Visser uit. Daar kun je heel gemakkelijk hele grote oppervlaktes, zoals boerderijdaken, mee bedekken. De rietteler in hart en nieren kan met de riethandel zijn vrouw Mariët (37) en dochtertje Nathalie van drie jaar oud goed onderhouden.
Visser leerde het vak van zijn vader. Als vierjarige jongen ging hij al mee naar het rietland. Toen hij wat ouder werd, mocht hij ook meehelpen met het snijden. Zijn vader leerde het riet snijden van zijn vader - Vissers opa. Het riet snijden is van generatie op generatie overgedragen. Het oude snijmes van zijn opa ligt nog netjes opgeborgen in de schaftkeet. Gebruiken doet hij het niet meer, opa's kleinzoon is inmiddels machinaal riet gaan snijden.

Ambtenaren

De natuur, waar Visser 's winters zijn brood verdient, gaat ook Staatsbosbeheer aan het hart. Als verpachter van het rietland - Visser betaalt hen één keer per zes jaar twaalf euro per hectare - moeten ze in opdracht van Europa regels aan de riettelers opleggen. Zo mag er tijdens het broedseizoen van vogels zoals de roerdomp, de purperreiger en de kiekendief, geen riet gesneden worden. Dat broedseizoen valt precies in de periode dat Visser en zijn tachtig mede-riettelers de mooiste oogsttijd beleven.
Europa wil dat we vanaf 1 maart onze werkzaamheden staken. Vroeger was dat nog vanaf 15 april. Dat betekent dat we anderhalve maand geen riet kunnen snijden. In die periode begint het juist lang licht te blijven. Dan kun je lekker lange dagen maken en veel produceren. Dat nemen ze ons op deze manier af. Het is duidelijk dat Visser en zijn mede-riettelers het Europese beleid maar niks vinden.

Emotionele binding

Vandaag gaat Visser weer naar zijn rietland. Zijn 'stukje' van vijftig hectare is met de boot te bereiken via de grachten en kanalen in Ossenzijl, maar vandaag gaat hij op de fiets. Na een tocht van ongeveer een half uur is de rietteler bij zijn geliefde stuk land, dat hij pacht van Staatsbosbeheer. Terwijl hij zijn fiets neerzet en naar het land wijst, zegt hij: Begrijp je nu dat ik emotionele binding heb met dit land?
Visser kent de weg door het rietland op zijn duimpje. Met wijde armgebaren wijst hij aan welk stuk hem toebemeten is. Kijk, daar bij dat windmolentje begint het en bij die bomenrij eindigt het. Het riet staat onder water en wordt omgeven door zogenaamde ribben die niet onder water staan. Daardoor zijn de onderwater gelopen stukken rietland, die weeren worden genoemd, makkelijk te bereiken. Weeren en ribben, dat leidde tot de naam voor het natuurgebied: De Weerribben.
Staatsbosbeheer wil in opdracht van Europa het gebied aantrekkelijk maken voor toeristen. Die kunnen dan genieten van de terugkerende vogeltjes, die voorheen wegbleven door de herrie die de machines van de riettelers maken. Maar volgens Visser zit er bij de ambtenaren achter hun bureaus een gedachtekronkel. Zij vinden dat wij ons moeten aanpassen aan de natuur. Maar zo werkt het niet, zegt hij luider. De natuur past zich vanzelf aan ons aan.
Een voorbeeld van die aanpassing door de natuur heeft Visser direct paraat. Ik liet in het voorjaar vaak een tractor stationair draaien om een stuk rietland droog te malen. Toen ik op een ochtend terugkwam had een vogeltje een nest in de tractor gebouwd. Niks geen last van de herrie gehad.

Barbaren

Het onderwaterzetten van het riet is nodig omdat de stengels anders bevriezen. En dan heb je niets meer aan het riet, licht Visser toe. Hij start de machine waarmee hij straks het riet gaat snijden. Dat doet hij nu al jaren met plezier. Lekker vrij man in de prachtige natuur. Met om zich heen het vertrouwde geluid van de pruttelende motor van zijn rietsnijmachine. Af en toe schiet er een vos of een ree voorbij. Op een rib staat een omgebouwde caravan die als keet dient. Een plek waar hij even bij kan tanken tijdens het intensieve werk als rietsnijder. De opbergkastjes in de oude caravan zijn gevuld zijn met touw, olie, gereedschap en een kalender waarop Visser bijhoudt hoeveel bundels riet hij heeft gesneden.
Om zijn rietland droog te malen heeft Visser ook een dam aangelegd. Die dam wil Staatsbosbeheer volgens de rietsnijder ook verbieden. Dat betekent voor hem dat hij de waterhuishouding in zijn rietland niet meer zelf kan regelen. Als het riet niet onder water staat, vriest het gemakkelijk dood. Het heeft maar een beetje vorst nodig en er blijft niets van over.
Wat Visser nog het meest stoort, is dat door de nieuwe Europese plannen het lijkt alsof riettelers barbaren zijn. Het is een grote organisatie die mensen makkelijker geloven dan mij als eenling. Volgens Visser hebben riettelers juist hart voor de natuur en doen ze er alles aan om het gebied mooi te houden. De toeristen die hier straks moeten komen, maken meer herrie. Dan vliegen de vogeltjes ook weg en komen ze nooit meer terug. Bovendien verpaupert het prachtige rietlandschap doordat het niet meer onderhouden wordt, verwacht Visser. Dus wat valt er dan nog van de natuur te genieten.
Visser is één van de grotere riettelers. Hij denkt dat hij door de strengere eisen vanuit Europa op den duur geen geld meer aan het riet snijden kan verdienen. Voor kleinere bedrijven blijft er volgens hem wel hoop. Die doen het voor de hobby en hoeven er niet persé geld aan te verdienen.

Gezond beroep

Ze willen van ons af, is Vissers stellige mening. Ze denken dat ze aan toeristen meer geld kunnen verdienen. Als Visser het over 'ze' heeft, staat dat bijna altijd gelijk aan Staatsbosbeheer en in het verlengde daarvan de Europese ambtenaren.
Nu is het is tijd om zijn rietsnijwerktuig op te ruimen. Behendig stuurt Visser zijn machine naar een rib en dekt het toe met een groot zeil. Ik denk dat ik over vijf jaar geen rietteler meer ben, zegt hij weemoedig. Als de Europese plannen doorgezet worden, betekent dat het einde van de rietteelt. Kan hij dan niet gewoon als rietdekker verder? Dat zou kunnen, maar dan moet ik riet gaan inkopen. Dat komt uit landen waar de kwaliteit veel minder is. En dat ga ik niet aan mijn klanten verkopen. Dat gaat tegen mijn principe in. Aan een gezond beroep - de hele dag buiten - komt voor Visser een het einde. We zijn een uitstervende beroepsgroep.

Van rietsnijder naar rietlandbeheerder

Wat is de waarde van De Weerribben, het natuurgebied waar Luc Visser nu dagelijks zijn riet verzamelt? En hoe kan hij als rietsnijder helpen bij het mooi houden van die natuur? In een adviesrapport van het bureau Natuur + Water in opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit staan de belangrijkste antwoorden.
De Weerribben vormen samen met De Wieden met ruim tienduizend hectare het grootste aaneengesloten laagveenmoerasgebied van West-Europa. Daarmee is het een uniek gebied in de kop van Overijssel.
Laagveenmoeras bestaat voor het grootste deel uit rietland. Tussen het riet kunnen veel bijzondere planten voorkomen omdat het veenmosrietland vaak een tussenstadium op weg naar moerasheide of veenbos is. Kenmerkend voor veenmosrietland is de gesloten vegetatie, die bestaat uit bladmossen en levermossen. Daar doorheen komen ijl riet en verschillende kruiden (zoals het moerasviooltje en de waternavel) en verschillende soorten varens (waaronder de kamvaren en de smalle stekelvaren) voor.
Het meest waardevolle in het gebied zijn de trilvenen. Kenmerkend voor deze trilvenen zijn verschillende soorten zegges en slaapmossen en opvallende bloeiende planten zoals wateraardbei, waterdrieblad, moeraskartelblad en groenknolorchis. Trilveen moet jaarlijks worden gemaaid, bij voorkeur tussen juni en half augustus. Dat levert een open vegetatie op met meer licht op de bodem en dus meer soorten plantenontwikkeling.
Door de uitgestrektheid van het natuurgebied is De Weerribben van grote betekenis als broed- en verblijfplaats voor watervogels. Zeldzame watervogels als de purperreiger, roerdomp en de zwarte stern vinden er een geschikte leefomgeving. Het Weerribbengebied is al Nationaal Park, en op dit moment wordt gewerkt aan het tot stand komen van een Nationaal Park Weerribben - Wieden.
Het landschap van beide gebieden is gevormd door de turfwinning: het veen werd opgebaggerd uit het drassige land, waardoor trekgaten ontstonden. Het opgebaggerde veen werd te drogen gelegd op legakkers tussen de trekgaten in. In beide gebieden komen alle stadia van verlanding voor, variërend van open water tot moerasheiden en veenbossen. Ook dat maakt het gebied uniek.
Het riet wordt in vrijwel alle laagveenmoerasgebieden gesneden door rietsnijders. Het snijden van dit 'gewone' riet vindt plaats in de winter omdat het blad dan dood is en deels van de stengels afgevallen is. Het riet is dan geschikt om 'droog' op te slaan en is later als dakbedekking te gebruiken.
De rietsnijders halen een groot deel van hun inkomen uit de verkoop van het riet voor de dakbedekking. Daarnaast kunnen de rietsnijders subsidie voor hun werkzaamheden aanvragen uit de Provinciale Subsidieregelingen Natuurbeheer. Dat geldt echter niet voor pachters van stukken rietland van Staatsbosbeheer, omdat deze organisatie een semi-overheidsinstelling is, en de overheid geen subsidie 'aan zich zelf' mag verstrekken.
Met een groot deel van de rietsnijders in de Nederlandse laagveenmoerasgebieden gaat het financieel niet goed. Er komt de laatste jaren namelijk steeds meer riet uit Oost-Europese landen. Dat zet de prijs van een bundel riet enorm onder druk. Daar komt bij dat de onkosten die de rietsnijders moeten maken om het riet te snijden (het huren van machines en boten) erg hoog zijn.
Berekend is dat gemiddeld vijftig procent van de opbrengst uit het riet weer opgaat aan de te maken onkosten. Dit heeft tot gevolg dat de rietsnijders in de laagveenmoerasgebieden werken voor een gemiddeld uurloon van acht tot tien euro. Een groot deel van de rietsnijders heeft geen opvolger en verwacht over vijf tot tien jaar met riet snijden te stoppen.
Riet snijden moet volgens het rapport van bureau Natuur + Water met meer oog voor de natuur gebeuren. Rietsnijders moeten ervoor kiezen de natuurlijke waarden die bij het rietland horen in stand te houden. Dat betekent dat er kritischer moet worden omgegaan met bestrijdingsmiddelen en er geen verbranding van afvalriet meer mag plaatsvinden.
De terreinbeheerders zijn verantwoordelijk voor het realiseren van deze doelen. Voor het rietlandbeheer kan deze verantwoordelijkheid ook overgedragen worden op de rietsnijders die willen werken als rietlandbeheerder. Zowel de Algemene Vereniging voor de Rietcultuur in Nederland (AVRN) als de terreinbeheerders (Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer) pleiten ervoor niet meer te spreken van rietsnijders maar van rietlandbeheerders. De benaming rietsnijder lijkt te suggereren dat zij met hun machines naar het land komen als het riet klaar is om gesneden te worden en er weer ­weggaan als het riet geoogst is. In werkelijkheid wordt het hele jaar aandacht besteed aan het rietland. Rietlandbeheerder geeft ook aan dat men zich écht verantwoordelijk voelt voor het bereiken van de natuurdoelen op 'hun' rietland.
Luc Visser is bezig op zijn stuk rietland. Als het aan Europese regelgeving ligt, is dit straks verleden tijd voor de rietsnijder. Ze denken dat ze aan toeristen meer geld kunnen verdienen.

Dit artikel verscheen op 11 februari 2008 in het Nederlands Dagblad.

Home